Op
deze pagina treft u maandelijks de column van Jan Klumper aan.
|
Column Februari 2012 nr. 60
Uitgekletst
Mijn eerste column zag in maart 2007 het levenslicht. De zelfgestelde opdracht was verbanden te leggen tussen verleden en heden. Actualiteit puttend uit de dagelijkse media en eigen ervaringen - de historie uit drie dagboeken waarin vijf jaar avonturen van mijn muzikale verleden staan. Het getal zestig alleen al is een magisch iets voor een sixties muzikant die in Sixties Alive participeert en zestig columns over de zestiger jaren schrijft. Ik kan dus met een gerust hart stoppen met deze columns. De andere reden is fundamenteler. Het heden gaat door. We verdrinken dagelijks in nieuwe ervaringen en zwelgen in hot news maar de geschreven geschiedenis is eindig, helemaal op. Veel onderwerpen die ter sprake zijn gekomen, komen vaak routinematig terug in een dagboek. Bezorgd-zijn om een goed geluid staat bijna bij ieder optreden. Vervoersperikelen minstens een maal per dagboekmaand. De meeste onderwerpen komen weliswaar in diverse toonaarden voor maar zijn voor een columnist slechts een of twee keer bruikbaar. Kortom: ik ben op dit gebied uitgekletst want het interessantste en het pregnantste is gezegd. De suggestie om de tientallen moderne muziekstromen te vergelijken met die van vroeger, is aan mij niet besteed. De nieuwerikken gaan meestal langs mij heen; alleen wat hedendaagse jazz en wereldmuziek raken mij. Ik ontdek wel dat ik steeds meer luister naar de muziek uit de veertiger jaren. Waarschijnlijk in een diepliggend deel van mijn geheugen opgeslagen toen ik dagelijks als langdurig boxrecreant dichtbij de distributieradio stond. Maar ja, dat scheelt weer twintig jaar. Nog één evaluatieve opmerking: ik vond het leuk om te doen, kreeg veel mondelinge reacties en schriftelijk maar drie. De enige column waarover vooral mannen pissig waren, was nummer 18 over de gevolgen van druppel-incontinentie wanneer oude muzikanten lichte broeken dragen. En van die kritiek zakte mij de broek echt niet af.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Column Januari 2012 nr. 59
Spaanse toestanden
De bestuurlijke affaire van Cruijff met Ajax stond dagelijks op de voorpagina. Op You Tube zag ik Sinterklazen te water raken, van hun paard donderen en Zwarte Pieten onbedoelde salto’s maken. Pasklare zaken voor mijn column. Een voetbalvereniging huurde ons in voor hun Sinterklaasfeest. Wij moesten daarbij zelf een Sinterklaas regelen. Over Zwarte Pieten werd niet gerept. Wij grepen die kans om weer eens verkleed op het toneel te verschijnen. Een broer van een der bandleden had een kostuumverhuurbedrijf en voorzag ons van Sint en Pietenpakjes. Die Sinterklaas vinden bleek moeilijker. Uiteindelijk offerde mijn vader zich op en ging helemaal op in zijn sinterklazendom. Aan het touw om zijn middel dat zijn ondertabberd (heet dat zo?) ophield, hing hij een fles jenever als mascotte. Tijdens ons openingsnummer stond Sint heftig rokend tussen de coulissen, bijna zijn kunststofbaard in de fik en waarschijnlijk daarmee de zaal. De samenzweerders van de voetbalclub hadden het grote boek ingevuld waaruit Sinterklaas moest citeren. Dat deed Sint gedwee maar door opmerkingen en heftige commentaren uit de zaal bleek dat het lang niet allemaal koek en ei was in de vereniging. Er ontrolde zich een complete machtstrijd over de rug van de goede Sint. Die werd - geholpen door de inhoud van zijn mascotte – wel steeds humoristischer. Dat redde de avond samen met onze tot meezingen dwingende Sinterklaasliederen. Zo kwam het op één avond allemaal goed. Dat lijkt niet te lukken met die andere man uit Spanje en dat cluppie. Ik adviseer een wijze rechter dan ook na te gaan wie van de direct betrokkenen al instrumenten bespelen. Enige keren samen stevig oefenen, smeedt een band. Voor trainers en spelers wordt een smartlappenkoor opgericht voor de close-harmony. Helpt dat nóg niet dan kan de jeneverfles tevoorschijn gehaald worden anders krijgen ze het Spaans benauwd.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Column december 2011 nr. 58
Schimmelcultuur
Kleinzoonlief vond dit weekend een tak met paddenstoelen. Daarbij welden flink wat vragen op. Voor enkele antwoorden zocht opa zijn heil bij Google. Paddenstoelen en schimmels werden in een adem genoemd. Daardoor verscheen het artikel Duitsland moet een schimmelpolitie krijgen. Mijn nostalgiehormonen reageerden onmiddellijk op een zinsnede daarin: ‘schimmels gedijen bij te veel vocht in de woning en zijn gevaarlijk voor de volksgezondheid’. Onze band ontsnapte destijds dus aan een groot gevaar! Wij droegen kostuums die wij vóór en ná het spelen rap aan- en uittrokken. Dat moest snel gebeuren anders was je mogelijke lieverdje er misschien al met een ander vandoor. Waarom dan niet dat pakje aanhouden en je na de zoenpartij rustig omkleden? Dat was onmogelijk. 1.Vers zweet stinkt niet maar oud des temeer; onze kledij ging eens per half jaar naar de stomerij. (Niet aan denken wanneer je de dame van je dromen in week 26 zou ontmoeten). 2. Een avond rocken maakt aardig wat transpiratie vrij. Daardoor werd je textiel behoorlijk nat. (En dat is ellendig koud wanneer je buiten staat te scharrelen). Deze problemen losten we keurig op door een theekist te verbouwen tot klerenkist. Zondagavond na het spelen alles hup de kist in en de volgende zaterdag er weer uit. Schimmels gedijen in een vochtige woning maar ze explodéren in een afgesloten kist. Regelmatig lag er op onze donkerblauwe colberts en broeken een grijs waasje. Frappant: niemand werd ooit ziek van deze schimmelcultuur. Een bewijs dat ons immuunsysteem behoorlijk ontwikkeld werd. In de huidige crisistijd zie ik daar opeens het nut van in: kom je totaal berooid letterlijk op straat te staan, kun je zonder problemen een supervoordelig doch vochtig kraakpandje betrekken. Dat redt je van de ondergang. Maar ho ho, je moet natuurlijk wel muzikant geweest zijn en een klerenkist hebben gebruikt.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
November 2011 nr. 57
.jpg)
Fanatieke fans
Ik woon dichtbij het Gelredome waar de groten der pop-aarde optreden. Als frequente OV-reiziger hoor je op jet station toestromende bezoekers hun diepgekleurde mening geven over hun ster. Ook wij hadden fans. Voor hen was het leuk dat wij ze na een tijdje als zodanig herkenden. Geweldig voor hen was dat je via de microfoon de zaal vertelde dat HIJ of ZIJ er weer was. Het ultieme was dat je als fan op het podium naast je helden kon staan. Zo was er Frans die op een eierbedrijf werkte en op ons verzoek eens een doos eieren meenam. Hij glunderde van oor tot oor toen hij zijn doos op het podium mocht aanbieden. Een spontanere aanpak had de vaste ploeg uit Dalfsen. Zij reden op weg naar ons een haas aan. Deze legde acuut het loodje maar was nog redelijk intact. Dus werd het wildmenu met veel poeha op het podium aangeboden. Ook bestond er een categorie dames die hun adoratie voor de band als geheel wilden tonen maar vooral een doorbraak in hun privéleven wilden forceren middels een bandlid. De geijkte tactiek was aan de beoogde een verzoeknummer te vragen. Maar de fans die onvoorwaardelijk door dik en dun gingen, waren mijn ouders. Zij tolereerden een jaar een beginnende band op zoonliefs slaapkamer; een zwiepende lamp in de woonkamer door stampende voeten om de maat te houden; zij vervoerden de band naar danszalen; evacueerden ons ’s nachts wanneer wij met autopech aan de kant stonden; schoten geld voor zonder ene cent rente; gingen kijken hoe die bende het er muzikaal afbracht. Hun dienstbaarheid was eigenlijk abnormaal. Maar nu ik zelf (klein)kinderen heb – die niet in een band spelen maar andere hobby’s hebben - vind ik dat soort service hééééél normaal want ik ben hun meest fanatieke fan.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Oktober 2011 nr. 56
Weg met somberheid en crisis
Sombere voorspellingen op Prinsjesdag 2011. De overheid kan minder besteden en iedereen gaat dat aan den lijve voelen. Gelukkig ligt het begrip duurzaamheid tegenwoordig goed in het gehoor en creativiteit ook. Dat heft de crisis vast op. Jaren vóór Mark Rutte geboren werd, stonden wij voor duurzaam hergebruik en losten begrotingsgaten al creatief en betaalbaar op. Weinig geld maar wat mankeerde, kwam er uiteindelijk toch. Neem een luidsprekerbox. Een timmerman werd benaderd voor ambachtelijke productie. Citaten dagboek rondom Prinsjesdag 1961. 11 september‘’Ik kon kiezen tussen een box van f.80 of een van f.50. Dit is waanzinnig om een arme muzikant zo’n poot uit te trekken. Dus heb ik maar een veilingkistje genomen dat bekleed wordt met triplex. De vader van .. verzorgt dat keurig (Had je niet gedacht voor f.15 als je de box ziet.)’’ . 24 september: We hebben een drumstel. Het staat voor een grote schoonmaak- en verfbeurt bij mij in huis’’. 27 september: Ik heb de luidsprekerbox in huis. 28 september : Ik heb het ijzeren kastje om de versterker opgespoten. Nu moet ik aan Y vragen of hij dat kastje op de versterker wil monteren. Niet alleen investeringen kregen aandacht; op kantoorkosten werd eveneens gelet. 1 oktober: Ik heb een schrift gekaaid van De Pille (directeur Mulo) waarin ik nu alle nummers schrijf. In alle jaren daarna groeide ons instrumentarium – ook via leningen. Echter onze bandschuld duurde nooit langer dan een half jaar. Inschakeling van vrienden, vaders, broers, tantes, buurmeisjes brachten ons meestal verder; tegenwoordig actief burgerschap genoemd. Dit versterkte de vriendschappen en onderlinge solidariteit. Dus politici, bankiers en gewone burgers opgelet. Kom gauw langs voor een goed gesprek over deze langdurig beproefde succesvolle werkwijze die duurzaamheid, creativiteit, schuldenaanpak en burgerschapsvorming koppelt. Dat bespaart veel geld en maakt bijna iedereen gelukkiger.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
September 2011 nr. 55
Vakantienatheid
Deze weken vaak beelden gezien van natte vakantiegangers. Ploeterend in de regen en vertwijfeld in de lens kijkend. Ik reageer van ‘oh zielig’ tot ‘beter dan een all-inclusive vakantie’. De taferelen brachten herinneringen van een kampeervakantie naar Cochem met bandgenoten. In een Volkswagenbusje stouwden wij kampeeruitrusting, bagage, een half instrumentarium en zes personen. De gehuurde krappe zespersoon tent kostte weinig en had een enorme vetvlek op het achterdoek. Waarschijnlijk gemaakt doordat een vorige huurder een juskom ontwijken moest. Onze tent zetten wij op aan de Moezel. Zondagochtend zaten wij in pyjama voor onze tent wat muziek te maken. Voor eigen genoegen maar ook om meisjes verderop te imponeren. Dat lukte met de muziek niet zo en ik werd uitgedaagd om met mijn zondagse pak de rivier te doorwaden. Toentertijd nam je ook je zondagse pak met stropdas mee. Mijn moeder waarschuwde mij dit niet te doen. Maar nee, ik wilde er piekfijn uitzien wanneer wij ’s avonds stappen gingen. Toen de uitdaging in een weddenschap uitliep, de premie opliep tot een krat bier, wisselde ik van textiel en liep tot aan mijn nek door het algenrijke water naar de andere kant van de rivier. Op de terugweg met een schuin oog naar de dames gekeken maar ook nu gaven ze geen krimp. Op advies van het dienstplichtige bandlid colbert en broek onder de matrasjes gelegd om te drogen en de vouw erin te krijgen. Thuisgekomen verzamelde mijn moeder het wasgoed en vroeg argwanend: Is je pak naar de stomerij geweest? Wat is er gebeurd? Helaas niets, want die zondagmiddag arriveerden de vriendjes van de dames en werd een idylle wreed verstoord. Daardoor komt telkens dezelfde vraag bij mij op wanneer ik in de media natte vakantiegangers zie – zouden ze doorploeteren voor de romantiek of zijn ze werkelijk zo stoer?
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Augustus 2011 nr. 54
De Favoriten
(1955-1961)
Generatiekloof dichten.
Onze vroegere bandleider werd 70 jaar. Dat betekende feestvieren en lekker muziek maken. Sessiemuzikanten zeer welkom! Deze keer bespeelde een dertiger fabelachtig zijn steelguitar. Probleempje: hij miste een flink deel van ons zestigerjaren repertoire - wij kenden het repertoire van de afgelopen twintig jaar onvoldoende. De lol bestond er dus uit om meer van elkaars muzikale tijdperk te ontdekken. Dat was eind jaren vijftig / begin jaren zestig niet anders. Toen speelde het keurig nette ballroomstrijkje De Favorieten voor volle zalen die allengs leger werden. Zij kozen de ‘nette’ kant van de muziekwereld geïnspireerd door de eerste tv-shows waarin zeer nette muzikanten zeer nette muziek maakten voor zeer nette omroepen. Hoewel leeftijdsgenoten, transformeerde de Las Cubanas zich in diezelfde tijd van makers van vrolijke dansmuziek tot een heuse rockband. Zij maakten die oversteek vooral door te luisteren naar de steeds populairder wordende ruige jongens zoals Bill Haley, Little Richard en Elvis. Ernaar kijken hielp ook: de bioscoopjournaals toonden flitsen van concerten waar rebelse jongeren onbekommerd hele danstenten afbraken. De Favorieten waren binnen een drietal jaren verdwenen. De Cubanas gingen nog twintig jaar door; populair bij opeenvolgende generaties jongvolk. Leren is dus ook luisteren en kijken naar het doen en laten van andere generaties. Je blijft bij en ontdekt nieuwigheden – goed of minder goed. Die ontdekkingsdrang mis ik nogal eens bij mijn leeftijdsgenoten. In muziekland van hetzelfde laken een pak. Veel jongeren zijn enthousiast over wat Beatles, Stones en andere toppers uit de sixties brachten. Mijn leeftijdsgenoten verdiepen zich echter te weinig in actuele muziek. In ons maandelijkse muziekcafé in DOK h2o zit meestal een special acts over een sixties-held zoals Fats of Cliff. Advies aan de programmeurs: wijk hier één keer van af. Pak muzikale helden anno 2011 om een generatieravijn te dichten. Suggesties welkom - K3 misschien?
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Juli 2011 nr. 53
Klein leed
Op de Brink weer het jaarlijkse Sixties On Tour festival meegemaakt. Als stagemanager van Truck 5 had ik het genoegen More Life en Fools of Funk in het gareel te houden. Dat lukte prima – geweldige lui - en bij de opbouw bij Dok H20 bleef genoeg tijd over om bij andere trucks te koekeloeren. Waren er grote verschillen met vroeger te constateren? Absoluut wat betreft de apparatuur en de gemiddelde leeftijd der muzikanten. Ook klein leed was herkenbaar maar dat kwam vroeger en nu op hetzelfde neer. Allereerst de te kleine podia. De oppervlakte van een truck is te beperkt voor een wervelende show. Vroeger hetzelfde euvel wanneer je de hele band plus geluidsinstallatie op een biljart moest neerzetten. Het op- en afklimmen zonder trapje was een aanvullend probleem (een truck bestijgen met oude botten des te meer). Dan was er het bandlid dat plots ziek werd; de band moest het komende weekend wel spelen. Hopelijk had de invaller wel het repertoire in de vingers en beoefenende geen free-style jazz als opleuker van jouw top 40 muziek. Op de Brink viel zonder te kunnen oefenen een jazz-drummer in die zich uitstekend weerde in de sixty-style. Ander klein leed: het uitvallen van een chauffeur en op het laatste moment een nieuwe moeten zoeken. Of minder afhankelijk van plotse jobstijdingen de vraag of je kleding past bij het evenement. Hier past een pluim voor de Chop-dames. Op de Brink maakten zij muziek in vintagekleding uit de jaren zestig. Zij hadden zelfs gediscussieerd over de make-up van die jaren. Helaas viel niemand het wulpse streepje boven hun ogen op. Een liefhebber van een van de dames maakte mij daarop attent. Dan besef je wat een heerlijke impact die zestiger jaren toch hadden en gelukkig nog steeds hebben. Volgend jaar dus weer?
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Juni 2011 nr. 52
Events
Eergisteren naar een weekmarkt in een multi-cultiwijk geweest. Ik kom daar vaker; speciaal voor kruiden: groter assortiment, betere kwaliteit, stukken voordeliger. Tussen het witte, gele en zwarte - grotendeels jonge - volk hoorde ik opeens een accordeon. Een tiental oudere mannen en vrouwen in Overijsselse boerenkledij begon te klompendansen. Ik weet niet hoe het liedje heette maar kende het wel. Derk Kok zong het vaak op onze gitaarles. Met een scabreuze tekst die ik dan ook meteen zachtjes meezong. Mijn vrouw keek mij vernietigend aan. Naast ons stond een jonge man die met grote letters op zijn shirt aangaf dat hij van het organiserende eventbureau was. Daar schrok ik even van: ik keek naar een event! met naast mij de dienstdoend eventmanager! Ik bedacht dat ik vroeger aan honderden events had meegedaan. Wat een gemis en gestuntel moet dat zijn geweest: zonder eventmanager en zonder meerkosten voor het bedenken van creatieve acts. Het ergste was eigenlijk dat wij toen niet beseften dat wij met een event bezig waren. Thuis gauw de site van Sixties Alive opgezocht. Hallo!, daar wordt zónder eventmanager gewerkt!!!! Dat dit anno 2011 nog mogelijk is want de eventmanager vertelde mij dat bla, bla, bla je tegenwoordig als organisatie niet zonder eventmanager kunt omdat het anders een zootje wordt. Ik wilde hem van repliek dienen maar hij was al weer weg om de dansers naar een andere plek op de markt te dirigeren. Pffff vast een stressige situatie voor het provinciale boerenvolkje. Dat was misgedacht – die oudjes hadden overal mooi lak aan. Bij het verlaten van de markt zag ik ze op het terras van de dichtstbijzijnde kroeg aan de jenever. Geflankeerd door twee lachende, gigantische, zeer donkere meiden die hun versie op hun cultuur al wiegend uitlegden. Een prachtig gezicht – en dat alles zonder eventmanager.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Mei 2011 nr. 51
The White Comets
What’s in a name?
Opmerkelijk aanplakbiljet gezien in Amsterdam: mooie zwarte jongen waarschijnlijk zanger met als band zoiets als De Zonnebanken. Ik wilde ze nagaan op internet maar was hun namen vergeten. Dus gezocht op ‘Amsterdamse bands’. Veel bands en mooie namen. Ik vraag mij toch altijd af welke soort muziek zo’n band maakt en welke mensen er achter zitten. Doorklikken en je weet het. Maar sommige bandnamen kunnen je ook tegenhouden. Zou een gescheiden man de band Volgende X beter of Linke soep contracteren voor zijn tweede bruiloft? Bij mij borrelt dan tevens de vraag op hoe je aan zo’n naam komt. In mijn dagboek te rade gegaan hoe het ons verging. Op pagina 3 van het eerste boek stond het. Op 25 februari werd onze band opgericht en zochten wij driftig naar een naam. Geopperd werden: IJssel Jacks en De Zware Jongens maar het werd The Demons. Niet voor lang. Op 12 maart was ons eerste optreden in een katholieke instelling. Daar vonden ze de naam niet passend. De volgende dagen samen piekeren waarbij de druk werd opgevoerd toen op 5 april Dejoko ons contracteerde voor 23 april en zij op 19 april de advertentie moesten opgeven. Op 18 april werd het ei gelegd: The Starfighters. Met een tweeledige uitleg. Ten eerste konden we meeliften op alle publiciteit van het vliegtuig dat de luchtmacht net had aangeschaft. Ten tweede gingen we als sterrenvechters de strijd aanbinden met andere bands met verwijzingen naar lucht, hemellichamen, vliegmachines en andere fighters. Keuze zat want in onze regio had je Flying Jewels, Blue White Rockets, Red Stars, Skybolts, Valiant Fighters en de Red White en Blue Comets. In de naamkeuze speelde de mode duchtig mee maar de concurrentie bleef in stand: to be(at) or not to be(at). Zo zal het altijd blijven.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
April 2011 nr. 50
.jpg)
50-jarige artiestenjubilea
Dit is mijn 50e column en in mijn dagboek las ik dat mijn oude band precies 50 jaar geleden haar naam kreeg. Dus op internet gezocht naar artiesten en bands die ook 50 jaar tevoren aan de weg begonnen te timmeren. De site van Omroep Max meldde daarvan twee exemplaren. Mevrouw Telkamp; zij is nog steeds de weg niet kwijt ondanks haar vraagstelling in d’r hit Waarheen Waarvoor. En haar vriendin Anneke Grönloh die vorig jaar 50 jaar met Brandend Zand in haar eigen Paradiso vertoefde. Ach, wees eerlijk, wat is 50 jaar in het vak? Doordat de babyboomgeneratie haar dagelijkse portie nostalgie en jeugdsentiment wenst te consumeren is er gelukkig voor deze artiesten wederom een markt. Dat is ze gegund. Echter, we hadden toch jaren niets meer van deze dames gehoord? Goed, ze zullen ongetwijfeld zo nu en dan in obscure achterzaaltjes en bejaardenhuizen hebben opgetreden. Ongetwijfeld lieten zij hun (klein)kinderen tussen de schuifdeuren zien hoe ze ooit begonnen waren. Zo schraap je ongetwijfeld vijftig artiestenjaren bij elkaar. Zo’n telling is bij de muzikanten van onze band ook doenlijk. Wij werden in 2001 weer zichtbaar door het optreden in De Scheg. Daarna een tijdje maandelijks lekker pieren totdat werkzaamheden en reisafstanden ons parten gingen spelen. Uiteindelijk is er nog één muzikant van onze band volop in Deventer bezig. Ben van Raan. Hij is op twee fronten actief: als sologitarist van What’s up Doc – daardoor komt hij in het vijftig-jaar-artiesten-jubileumploegje met Mieke en Anneke. Bij Sixties Alive viert hij een ander jubileum: vijf jaar superactief secretaris – zonder hem waren we nooit zo ver gekomen. In het huidige Europees Jaar van de Vrijwilliger mogen we best eens bij die twee jubilea van Ben stilstaan – ga hem dus volgende keer uitbundig feliciteren. Dan weet ik meteen wie mijn columns leest.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
***
Maart 2011 nr. 49

Revolutionaire tijden
De laatste weken staat bijna de hele Arabische wereld op zijn kop. Het zal nog wel een tijdje duren voordat de laatste dictator of despotische vorst van het wereldtoneel verdwenen is. De inmiddels ex-president Mubarak van Egypte werd in kranten de moderne farao genoemd. Dat bracht mij enige associaties. De eerste die bij mij opkwam was Sam The Sham And The Pharaohs die begin zestiger jaren de wereldhit Wooly Bully maakten. Met een tekst die op de plaat geheel onverstaanbaar was. Herlees je de tekst op internet dan kun je zelfs zonder enige kennis van het Engelse zien dat deze totaal nietszeggend was. Daarna volgden de gedachten elkaar op. Ik associeerde de Arabische dictators met de alleenheersers in de muziekwereld beginjaren zestig. Dat waren op lokaal niveau de al eerder in deze columns genoemde dansmeesters: ‘niet te wild – nu een walsje’. Pastoors: ‘hier mogen alleen katholieke jongeren met elkaar dansen’. En zaaleigenaren: op het podium moeten minstens 30 mensen zitten’. (Inter)nationaal waren het de platenbonzen die de muzikale lakens onverbiddelijk uitdeelden. Let eens op het bijna ridicuul articuleren van Johny Lion in Sophietje. De doorbraak kwam bij de Beatles die zelf mochten uitmaken hoe hun songs op de plaat kwamen. Dit was een commercieel succes en daarmee kwam de macht grotendeels in handen van getalenteerde muzikanten te liggen. Ik weet het – iedere vergelijking met de huidige bloedige revoluties vol menselijke tragedies gaat mank. De gepreekte revolutie van de zestigerjaren was daarbij een lieflijk voortkabbelend gebeuren. Een revolutionaire doorbraak in de popwereld kwam pas jaren later via de computer. Iedere (on)getalenteerde musicus kan nu op zijn zolderkamertje zijn eigen plaat plus videoclip produceren en via You Tube gratis op de markt brengen. Dan gaat de vergelijking met de Arabische wereld wel degelijk op: voor beiden is internet een zegen.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Februari 2011 nr. 48

Politie op missie
Politiek Den Haag staat op scherp. Gaat Nederland politieagenten opleiden in Afghanistan? En zo ja, dan moet het degelijk gebeuren. In de begin jaren zestig worstelde ook Nederland er schijnbaar mee agenten goed op te leiden. Onervaren jonge agenten lieten nogal eens een steekje vallen. En anders provoceerde de jeugd ze daartoe. Een meesterprovocateur was onze drummer. Wij gingen na het oefenen weleens naar hotel Royal. Daar speelden toen kleine combo’s. Op een avond verlieten wij ons oefenlokaal op weg naar Royal. Al fietsend en onze zangpartijen luid herhalend. Dat trok de aandacht van een jonge agent met hoogblozende wangen. Hem viel op dat de fiets van onze drummer geen achterlicht voerde. Dat klopte want op het spatbord was amper verf te zien. Ook bevond zich daar een groot roestig gat op de plek waar ooit een achterlicht zat. De agent: ‘je hebt geen achterlicht’. Meteen kreeg hij een roffel woorden terug: ‘dat kan niet, vorige week deed-tie het nog’ enzovoort. De agent vroeg daarop de naam aan zijn verdachte. Deze gaf standaard dezelfde valse naam en een niet-bestaand adres op. Daarna zei de agent heel schappelijk: ‘als je nu lopend verder gaat, krijg je geen bekeuring; betrap ik je nóg een keer dan ga je op de bon. En wees gewaarschuwd: ik onthoud altijd alle gezichten’. Binnen een maand werd onze trommelaar wéér aangehouden, wéér voor hetzelfde delict en wéér door dezelfde agent. De act was compleet identiek. Wéér waren de laatste woorden van oom agent: ‘wees gewaarschuwd: ik onthoud altijd alle gezichten’. Sindsdien geloof ik vast in de woorden die je vaak in de krant ziet: Herhaling is de kracht van de reclame. Wel heb ik ernstige twijfel of zoiets ook geldt voor aanbiedingen van onze politieagenten – helemaal nu ze van hun bonnenquotum af zijn.
Reacties: janklumper@sixtiesalive.nl
top pagina
***
Januari 2011 nr. 47

Winterleed
Vorige week op het tv-programma Ochtendspits gehoord dat het ‘’werkelijk om een nationale ramp’’ ging. Dit betrof de verkeerssituatie. Er lag inderdaad een flink pak sneeuw maar na enkele dagen waren de wegen weer redelijk berijdbaar. Als 17-jarige maakte ik de winter van 1962/63 mee – grotendeels bekend om de barre Elfstedentocht. Minder bekend zijn de toenmalige belevenissen van de gewone man – laat staan van de gewone band. Zo meldt mijn dagboek op 20 januari over een optreden in Wilp: ‘’Na geploegd te hebben door hopen sneeuw kwamen we eindelijk bij de Smidse aan waar om 8 uur ongeveer 50 mensen de 15 graden vorst getrotseerd hadden. Dit aantal werd aangevuld tot zo’n 120 mensen’’. Op 3 februari naar Rheine in Duitsland. Bar en boos: sneeuw, vorst, ijzel en net niet uitgegraven te hoeven worden. Dat gaat zo drie maanden door. Niks geklaag, niks nationale ramp. De uitzonderlijke situatie werd na een paar weekjes betrekkelijk gewoontjes. Vaak werd de helpende hand uitgestoken. Zo moesten we optreden voor een autobandenbedrijf en werden wij opgehaald door een toen al met winterbanden uitgeruste auto. Daarin werden dagelijks fikse porties banden getransporteerd gezien de penetrante rubberlucht. Héén geen probleem maar terug des te meer. De vrouw van onze privéchauffeur reed mee doch de combinatie drank en rubberluchtje werd haar teveel. Een bandlid zat naast haar in zijn nieuwe winterjas die door haar na 500 meter stomerij-rijp gemaakt werd. Dit is het echte winterleed: 120 mensen die grotendeels op hun fiets kwamen – wie had toen een auto? Ons clubje dat uren door de sneeuw worstelde om toch maar op te kunnen treden. Een vrouw solidair met man en stomerij in de toen ook economisch barre tijden. Dus Ochtendspits, voordat jullie weer met termen als ‘’nationale ramp’’ smijten, graaf eerst even in het verleden – relativeren kun je leren.
top pagina
Hier kunt u alle vorige columns lezen.
***
|